In overleg met Natasha Heemskerk, boswachter bij Staatsbosbeheer, zijn twee SBB-gebieden geïnventariseerd: 'Weipoortse Vliet' en 'Noord Aa gebied'. Het betreft reststukken van elk 11½ ha. groot, die zijn ontstaan na de ruilverkaveling van Rijnstreek Zuid in 1990. SBB kocht de stukken land in 1992 en plantte er diverse soorten loofbomen. Sinds augustus 2000 staan er borden die aangeven dat er kan worden gewandeld.
De betreffende gebieden liggen aan de weg langs de Weipoortse Vliet: het ene aan de noordzijde, het andere aan de zuidzijde. Van de spoorwegovergang in het noorden tot het doodlopende zuiden wordt de weg door velen 'Weipoortseweg' genoemd, maar in werkelijkheid zijn er vier namen. Van noord naar zuid: Ommedijkseweg, Weipoortseweg (het grootste gedeelte), Uiterdijk en Noord Aa.
Het noordelijke gebied heet "Weipoortse Vliet", en bestaat uit een smalle strook jonge bosaanplant van ongeveer 500 meter lang. Het terrein ligt pal ten westen van de Weipoortse Vliet, vanaf waar deze het fietspad naast de N11 kruist tot aan het punt waar het riviertje de Ommedijkseweg raakt. De westgrens wordt gevormd door de sloot die pal naast het bos loopt. Er zijn twee ingangen: de noordelijke bij het N11-fietspad (het Barrepad) en de zuidelijke bij de Ommedijkseweg
Het zuidelijk gebied ligt in de hoek die gevormd wordt door de Zuidbuurtsche Wetering en de Weipoortse Vliet/de Noord Aa: het "Noord Aa gebied". De noordgrens bestaat uit een slootje ten zuiden van en parallel aan het Korte Kerkepad (de verbinding tussen Uiterdijk en Zuidbuurtseweg). De ingang bevindt zich bij het ophaalbruggetje, daar waar de weg de Vliet oversteekt. Het is even groot als het Weipoortse bos, maar heeft een mooiere vorm, is veel mooier gelegen (geen N11 lawaai) en kent meer afwisseling (naast bosaanplant ook weiland en een waterplas). Het is er rustig en landelijk, mede door de loslopende Galloway runderen, maar het terrein is hobbelig, dus het loopt zwaar.

Over het gebied juist boven de Noord Aa en de Weipoortse Vliet zijn in meer detail stukken beschikbaar over:

Het gebied is met name van belang voor watervogels

broedvogel-
inventarisatie
Noord Aa
gebied
2001
2002
2003
fuut
1
1
1
knobbelzwaan
2
1
1
nijlgans
-
1
1
canadese gans  
4
2
soepgans
-
1
1
brandgans
1
bergeend    
1
soepeend
2
1
1
wilde eend
17
22
15
slobeend
1
1
krakeend
1
1
1
kuifeend
2
3
3
fazant
5
2
2
meerkoet
7
20
12
waterhoen
-
3
2
scholekster
2
2
2
kievit
3
1
3
houtduif
2
5
3
turkse tortel
1
-
-
holenduif    
1
winterkoning
4
6
3
heggenmus
3
2
1
merel
3
5
3
zanglijster
-
2
-
roodborst
1
-
-
grasmus
1
1
1
zwartkop
-
1
2
tuinfluiter
7
4
5
tjiftjaf
1
3
2
fitis
5
6
6
pimpelmees
-
1
1
koolmees
3
4
4
zwarte kraai
-
2
2
ekster
1
-
1
gaai
1
2
1
vink    
1
rietgors
-
1
-
Totaal soorten
25
29
32
Totaal territoria
77
107
86

Broedvogeltellingen Noord Aa 2003

Dit jaar inventariseerde ik voor de derde keer de broedvogels in het Staatsbosbeheergebied Noord Aa. In 2001 zette ik onder supervisie van Wilfred Alblas mijn eerste schreden. In 2002 werd het serieus: het gebied werd officieel als 'proefvlak' aangemeld. SOVON helpt beginners zoals ik, door achteraf de ingeleverde interpretaties van commentaar te voorzien. Dat was echter nog niet gebeurd toen ik een jaar geleden de resultaten van mijn inventarisatie in De Braakbal presenteerde. Ik heb de lezer er destijds dan ook op gewezen dat mijn resultaten een voorlopig karakter hadden. Gelukkig bleek Sovon tevreden over mijn werk: men bracht slechts enkele wijzigingen aan in mijn cijfers. In onderstaande tabel zijn die wijzigingen uiteraard verwerkt: de cijfers van 2002 wijken dus 'ietsjes' af van die van 2002 in het overzicht vorig jaar. Er is in totaal acht keer geïnventariseerd: op 04, 16 en 25 april, op 04, 17 en 27 mei, en op 05 en 22 juni. De eerste zeven ronden heb ik zelf gedaan; de laatste is uitgevoerd door Wilfred Alblas en Cor Kes. Alle bezoeken vonden 's morgens vroeg plaats. Eén inventarisatieronde kost ongeveer anderhalf uur. Van de acht keer was het drie keer helder, drie keer een beetje heiïg, en twee keer bewolkt. Tijdens het eerste bezoek was de temperatuur net boven 0°C; bij alle overige tussen de 10° en 14°. De wind was geen enkele keer een factor van betekenis.

Broedvogeltellingen Noord Aa 2002

Vorig jaar inventariseerde ik de broedvogels in twee Staatsbosbeheergebieden: de Weipoortse Vliet en het Noord Aa gebied. Daarmee zette ik mijn eerste schreden op het pad van het vrijwilligerswerk. Ik vond het heel leuk, maar ook erg serieus en tijdrovend. Ik telde namelijk volgens het BMP van SOVON en dat impliceert veel bureauwerk, waarbij volgens strakke criteria bedachtzaam moet worden geïnterpreteerd. Bij SOVON hebben ze echter niets van mijn inspanningen gemerkt. Aangezien ik twijfelde aan de betrouwbaarheid van mijn beginnersgegevens, heb ik simpelweg het gebied niet aangemeld. Wel schreef ik een rapport voor Staatsbosbeheer en verscheen er in maart 2002 een stuk in De Braakbal. Het inventariseren van de beide gebieden kostte meer tijd dan ik had verwacht. Aangezien ik mijn vrijwilligerswerk moet combineren met een betaalde baan, heb ik dan ook voor 2002 een gebied laten vallen. De keuze was niet moeilijk. In De Braakbal noemde ik beide gebieden qua omvang en qua vogels 'bescheiden', maar dat geldt vooral voor de Weipoortse Vliet. Ik kwam daar vorig jaar tot 34 territoria van in totaal 14 algemeen voorkomende vogelsoorten. De Noord Aa zette daar 77 territoria van 25 soorten tegenover. Belangrijker is echter dat de Noord Aa een veel leuker gebied is. Gelegen in de hoek die wordt gevormd door de Zuidbuurtsche Wetering en de Weipoortse Vliet/Noord Aa is het er relatief rustig en landelijk. Vandaar dat u in dit verslag een vervolg op de inventarisatie van de Weipoortse Vliet zult missen: ik heb alleen het Noord Aa gebied gedaan.

De werkwijze bij het tellen

Vorig jaar heb ik onder supervisie van Wilfred Alblas lekker mogen fröbelen. Die vrijblijvendheid was echter voorbij vanaf het moment dat ik begin dit jaar het gebied officieel als 'proefvlak' heb aangemeld. Gelukkig gooit SOVON een beginner niet helemaal alleen in het diepe. Er wordt ondersteuning geboden, zij het achteraf. Daartoe stuur ik, behalve het formulier waarop ik de uiteindelijke soorten met hun territoria heb aangegeven, ook andere gegevens op, waaronder alle soortkaarten. Zij kunnen daaruit afleiden of ik de stap van 'geldige waarnemingen' naar 'dit-is-een-territorium' op correcte wijze heb uitgevoerd. Aangezien ik de stukken pas recentelijk heb opgestuurd, heb ik nog geen feedback kunnen ontvangen. De lezer is dus gewaarschuwd. Ik presenteer in dit stukje vol overtuiging de resultaten van mijn inventarisatie, terwijl SOVON mij nog maar zo kan terugfluiten. Er is in totaal negen keer geïnventariseerd: op 24 maart, op 04, 13 en 25 april, op 04, 16 en 25 mei, en op 05 en 24 juni 2002. De eerste acht rondes heb ik zelf gedaan. De laatste heeft Wilfred voor zijn rekening genomen. Op één na vonden alle bezoeken 's morgens vroeg plaats. Bij die ene, op 25 april, was pas om 10 uur 's morgens de mist enigszins opgetrokken. Van de negen keer was het drie keer helder, twee keer een beetje heiïg, twee keer bewolkt en twee keer zwaar bewolkt. Tijdens de eerste drie bezoeken varieerde de temperatuur tussen de 0° en 7°; bij de overige tussen de 7° en 13°, met uitzondering van het achtste bezoek (ongeveer 18°). De wind was geen factor van betekenis: één keer windkracht 4-5 bft, twee keer 3 à 4 bft, de overige keren 2 à 3 bft of minder.

De soorten en de territoria

In de tabel op de volgende pagina wordt de inventarisatie van soorten en territoria van dit jaar vergeleken met die van vorig jaar. Vorig jaar waren in het Noord Aa gebied in totaal 25 soorten goed voor 77 territoria. Dit jaar kwam ik op beide fronten hoger uit: 29 soorten met tezamen 107 territoria. Het mag niet worden uitgesloten dat die stijging te danken is aan de groei van mijn kennis. Gemakshalve ga ik er echter bij een nadere analyse op de volgende pagina van uit dat beide observaties even betrouwbaar zijn. Voor beide jaren geldt dat de wilde eend en de meerkoet qua aantal de boventoon voeren. Opvallend is dat beide dit jaar een flinke stijging in territoria vertonen. De wilde eend steeg van 17 naar 24; de meerkoet van 7 naar maar liefst 20. Over de betrouwbaarheid van deze getallen ben ik echter niet zeker. Juist door hun massale aanwezigheid vond ik de territoriumbepaling bij deze twee soorten het moeilijkst. Ik ben dus vooral voor deze twee soorten benieuwd naar de feedback van SOVON. Wat wel duidelijk is, is dat ze met velen waren en dat er meer waren dan vorig jaar.
Wanneer de gegevens van wilde eend en meerkoet niet worden meegeteld, ontlopen de totalen van de twee jaren elkaar niet veel: vorig jaar 23 soorten met 53 territoria, dit jaar 27 soorten met 63 territoria. Nadere bestudering van de tabel leert dat de verschillen tussen de twee jaren in het algemeen gradueel zijn. Er zijn vijf soorten die wat betreft aantal territoria dit jaar hetzelfde scoren als vorig jaar: fuut, slobeend, krakeend, grasmus (alle 1x) en scholekster (2x). De meeste soorten zijn er één territorium op achteruit dan wel vooruit gegaan. Eén vooruit gingen kuifeend, fitis, koolmees en gaai; één achteruit gingen knobbelzwaan, soepeend en heggenmus. Ook verdwijnen er enkele soorten, maar er verschijnen meer nieuwe. Verdwenen, met elk vorig jaar één territorium, zijn brandgans, turkse tortel, roodborst en ekster. Nieuwkomers dit jaar zijn nijlgans, soepgans, zwartkop, pimpelmees en rietgors (alle 1x); zwarte kraai en zanglijster (beide 2x); en waterhoen (3x).

Broedvogeltellingen 2001

Aangezien ik voor de eerste keer als broedvogelinventarisator fungeer, achtte ik mijn tellingen nog niet betrouwbaar genoeg om te gebruiken voor SOVON-statistieken. Met het oog op de toekomst was het echter wel wenselijk om meteen volgens de officiële regels te werk te gaan. Vandaar dat ik mij bekwaamd heb in, en te werk ben gegaan volgens de SOVON BMP methode. Er is in totaal acht keer geïnventariseerd: op 05, 12, 21 en 29 april, op 10, 19 en 31 mei, en op 14 juni. De eerste keer was ik samen met 'leermeester' Wilfred Alblas van de Vogelwerkgroep Koudekerk/Hazerswoude e.o. De tweede tot en met zevende keer was ik op mijzelf aangewezen. In juni was ik op vakantie, vandaar dat Wilfred de laatste keer voor zijn rekening heeft genomen. Alle bezoeken vonden 's morgens vroeg plaats. Van de acht keer was het vijf keer helder, twee keer half bewolkt en één keer en beetje heiïg. Tijdens de eerste vier bezoeken varieerde de temperatuur tussen de 3° en 8°; tijdens het vijfde bezoek was het warm (20°); tijdens de laatste drie bezoeken was het tussen 10° en 12°. De wind was geen factor van betekenis: één keer windkracht 5 bft, één keer 3 à 4 bft, de overige keren 2 à 3 bft.

Soort
Wei-
poort
Noord
Aa
Soort
Wei-
poort
Noord
Aa
knobbelzwaan
-
2
roodborst
-
1
brandgans
-
1
merel
3
3
soepeend
-
2
grasmus
-
1
wilde eend
5
17
tuinfluiter
2
7
slobeend
-
1
tjiftjaf
1
1
krakeend
-
1
fitis
4
5
kuifeend
-
2
koolmees
4
3
fazant
-
5
pimpelmees
1
-
meerkoet
3
7
kauw
1
-
scholekster
-
2
zwarte kraai
1
-
kievit
-
3
ekster
1
1
houtduif
4
2
gaai
-
1
turkse tortel
-
1
vink
2
-
winterkoning
2
4
Totaal soorten
14
25
heggenmus
-
3
Totaal territoria
34
77

In de 'Weipoortse Vliet' vertoonden veertien vogelsoorten territoriumgedrag; tezamen waren zij goed voor 34 territoria. Alle veertien soorten zijn algemeen bekend: zij nestelen ook binnen de stadsgrenzen. Een paar meter buiten het gebied, in een berghok in het weiland aan de westkant, waren tijdens de bezoeken 5 en 6 boerenzwaluwen in de weer met wat verdacht veel leek op nestbouw, maar helaas zijn ze bij de bezoeken 7 en 8 niet gesignaleerd, waarmee de waarnemingen volgens de BMP handleiding niet geldig zijn. In het Noord Aa gebied waren 25 soorten goed voor 77 territoria. Naast de algemeen bekende soorten waren er enkele 'iets minder algemeen'. Zo bleek de waterplas aantrekkelijk voor een paartje slobeenden, een paartje krakeenden en twee paar kuifeenden en trokken de weilanden twee paar scholeksters en drie paar kieviten. Het paartje brandganzen lijkt me overigens niet 'wild'. Verder valt op dat er maar liefst zeven territoria van de tuinfluiter zijn geteld en was ik ook erg gecharmeerd van die ene jubelend krassende grasmus.

Toelichting op de bijlagen

Er zijn twee bijlagen bijgevoegd. Deze bevatten tabellen waarin voor elk gebied een overzicht wordt getoond van alle waargenomen soorten, dus niet alleen van de soorten waarvoor territoria konden worden vastgesteld.
- Uit de tabel in bijlage 1 valt op te maken dat in 'Weipoortse Vliet' in totaal, dus inclusief de 14 territoriumsoorten, 24 soorten zijn waargenomen. Het zijn soorten die in het voorjaar in onze contreien zeer gangbaar zijn. Een visdief (eenmalig) was nog de meest bijzondere waarneming.
- Uit de tabel in bijlage 2 valt op te maken dat in het Noord Aa gebied in totaal, dus inclusief de 25 territoriumsoorten, 51 soorten zijn waargenomen. Opvallend is dat het plasje verschillende ganzen- en eendensoorten trekt. De blauwe sneeuwganzen lijken interessant, maar zijn evident geen 'wilde' exemplaren. Volgens de regels was mijn tweemalige waarneming van een lepelaar 'geldig', maar ik weet zeker dat hij moederziel alleen was en daar reeds de hele winter had gebivakkeerd. Ik heb hem dus niet meegeteld. Dat geldt ook voor de visdiefjes, die zes van de acht keer aanwezig waren: verkeerde broedbiotoop. Als iemand mij zou vragen wat het gebied in het voorjaar te bieden heeft naast de alledaagse soorten, zou ik noemen: lepelaar, wintertaling, zomertaling, krakeend, slobeend, sperwer, oeverloper, watersnip, visdief, koekoek, tapuit en grasmus.

Alle details

  1. Bijlage 1: Broedvogelinventarisatie "Weipoortse Vliet" 5 april 2001- 14 juni 2001 (48kB)
  2. Bijlage 2: Broedvogelinventarisatie "Noord Aa gebied" 5 april 2001- 14 juni 2001 (88kB)

©VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o |
Naar de top van deze pagina
| Voor vragen over het Noord Aa gebied en Weipoortse Vliet richt u zich tot