De knotvlag dekt de lading niet meer. Knotten, de knotcommissie, de knotagenda, het knotterspaleis, de opperknotter. Allemaal ingeburgerde termen die te maken hebben met de commissie Landschapsbeheer van onze vogelwerkgroep, maar die al lang niet meer het gehele verhaal vertellen. De knotploeg doet elk jaar meer en meer andere dingen dan alleen maar knotten, en dit seizoen was dat helemaal het geval.

Essentaksterfte
Essentaksterfte
Aangetaste Es

Essensterfte, ook wel essentaksterfte genoemd, was in het buitenland al langer bekend. Inmiddels is de ziekte ook op diverse plaatsen in Nederland aangetroffen. Vooral de gewone es (Fraxinus excelsior) en de smalbladige es (Fraxinus angustifolia) worden aangetast. Veroorzaker is een schimmelsoort (Chalara fraxinea). Het lijkt hier te gaan om een genetisch veranderde schimmel, die normaal gesproken als saprofyt bekend staat, maar zich nu parasitair gedraagt. Ook de plaats van afbraak is veranderd: de schimmel groeit niet meer alleen op het blad, maar dringt nu ook via het blad de twijgen binnen. (red.)

Dit seizoen verliep anders dan anders. Dat kwam door een gevreesde epidemie, die ook onze kade heeft bereikt: de essentaksterfte. Dit is een ziekte veroorzaakt door een schimmel, die in razend tempo de Europese essen bedreigt. Op termijn kan dit leiden tot een sterfte van 80 tot 90% van alle essen. Onze kade bestaat voor een groot gedeelte uit essen. De ziekte grijpt met name aan op jonge essentakken. Dus juist na knotactiviteiten aan essen neemt de kans op besmetting met deze schimmel toe. Dat is de reden dat we dit seizoen geen enkele es mochten aanraken. Wellicht geldt dit ook nog voor het komende seizoen.

We moesten dus omzien naar andere klussen dan het snoeien en kappen van essen. Gelukkig staan er ook nog wel andere bomen dan essen in ons gebied. Er werd dus ook dit seizoen nog gewoon geknot. Dat gebeurde ten eerste in de buurt van de vogelhut, waar flink gedund moest worden om een ‘stakenwoud’ te voorkomen (er moet een struiklaag blijven, anders hebben de vogels op de plas zicht op de mensen die de hut gaan bezoeken). Verder werd er gewerkt in de elzenpercelen bij de Oostvaart, waar verder gedund mocht worden en bovendien twee rijen elzen moesten wijken voor de verbreding van de dijk langs de Oostvaart. Ook werd er flink geknot tijdens de als vanouds erg gezellige Natuurwerkdag, waar we op de gehele kade met name de knotwilgen te lijf gingen. Die klus werd na die dag voortgezet. Verder werden er wilgen geknot op het erf van onze gastheer en op het eilandje tegenover De Groot. Bovendien werden er ter weerszijde van het fietspad naar Hazerswoude-dorp nog wat flinke inhammen in de bospercelen gemaakt; deels werden bomen omgezaagd en al dan niet afgevoerd als haardhout, deels werden zij omgetrokken met de met de Tirfor-lier om ter plaatse te blijven liggen met een mooie losgetrokken wortelkluit.

Maar er gebeurde zo veel meer dan knotten

 

Zwaar werk door de Lions
Zwaar werk

Dat begon al in het voorjaar 2011. Toen werden er twee zitbanken op de kade gezet. had de eikenhouten zittingen (doorgezaagde boomstammen) via het Zuidhollands Landschap geregeld en coördineerde ook de plaatsing.

Verder pakten we de vervanging van de ‘oerbrug’ aan. Deze oerbrug, bestaande uit onbehandelde essendelen, was al aardig verzwakt en met name het loopgedeelte kreeg ieder jaar meer onderhoud nodig. Op initiatief van –ja, alweer- werd besloten om deze brug te vervangen door een onderhoudsarme brug, bestaande uit ijzeren binten als liggers, met daarop door Staatsbosbeheer (SBB) geregelde hardhouten planken met antislipprofielen. Het was een flinke klus om alles voor te bereiden: beslissen hoe de brug gebouwd zou worden, de aanleg van de brughoofden, het verven van de stalen binten. Maar om de afzonderlijke delen op zijn plaats te krijgen en ter plaatse te monteren, dat viel dan weer reuze mee. Tijdens één enkele knotochtend, op 19 november 2011, werd het meeste werk geklaard. Het resultaat mag er zeker zijn!

Zodra de nieuwe brug beloopbaar was, zijn we overgegaan tot de sloop van de ‘oerbrug’, waarvan ook de liggers al behoorlijk door houtrot aangetast bleken te zijn. In slechts één ochtendje was de oude brug verdwenen, met dank aan de Tirfor en wat hardwerkende knotters.

Ook een andere, in onbruik en verval geraakte brug (een standaardbrug van SBB), die iets verderop gelegen was, werd door ons gedemonteerd. Enige hardhouten onderdelen kregen een nieuwe bestemming als onderdeel van de opstap van de nieuwe brug.

Vervolgens kreeg het infopaneel een grote opknapbeurt. Dat was hard nodig. Het plexiglas was stuk (vandalisme) en het hout was aan het rotten. Bovendien was de inhoud (informatie over onze VWG en over onze zustervereniging IVN-Alphen) grotendeels verouderd, maar dat terzijde (daar gaat een andere commissie over). Het loodzware paneel werd daarvoor naar het erf van Jan Kerkvliet overgebracht, waar het ingrijpend werd gerenoveerd.

Vogeleiland

Ook werd het eiland voor de vogelhut aangepakt. Al jarenlang was het ons een doorn in het oog dat dit eiland eigenlijk alleen in de winter en in het vroege voorjaar interessant is voor de meeste vogelsoorten en voor de bezoekers van de hut. Dat kan beter! In overleg met SBB mochten we het eiland omvormen tot nestgelegenheid voor visdieven, plevieren of andere grondbroeders. Op het eiland werd eerst een flinke laag antiworteldoek neergelegd, in een goede poging om te voorkomen dat het riet al snel weer de baas wordt op het eiland. Wijnand had grind in de aanbieding (gratis!!), dat door de knotters onder zijn leiding werd opgehaald en tijdelijk op het erf van Jan werd opgeslagen. Dit grind werd met een van SBB geleend bootje in kratjes naar het eiland gevaren. Het grind werd over het doek geplaveid. Hoewel het bootje werd voortgedreven door mensen op het eiland en op de vaste wal, die met touwen het bootje naar de plaats van bestemming trokken, was het toch veel en erg zwaar werk! Ook een flinke hoeveelheid takkenbossen werd naar het eiland gebracht, deels over de rietbrug, deels ook per bootje. Het eiland blijkt al veel kleiner te zijn geworden dan enige jaren geleden, en moest dus opnieuw versterkt worden. Na twee van die vaarochtenden bleek, dat dit een langdurig proces zou worden, tenzij het, tegen bijna ieders verwachting in, alsnog hard zou gaan vriezen, want dan konden we het grind met kruiwagens over het ijs vervoeren. En toch gebeurde het nog: eind januari 2012 begon een flinke vorstperiode. De knotdag van 4 februari jl. was prachtig. Over de stevige ijsvloer werden vele vrachten grind naar het eiland gekruid. Ook werden er takkenbossen en paaltjes, voor de oeverbescherming, aangevoerd. Datzelfde gebeurde ook de week daarop, tijdens een extra ijsknotdag.

IJsmannetje
IJsmannetje van Amalia

Die twee ijsdagen werden ook gebruikt om de moerasjes bij De Groot, Beukeboom en achter de overstort van opslag te ontdoen (vooral elzen). Normaal is daar bijna niet bij te komen, maar nu –dankzij de dikke ijsvloer- prima bereikbaar.

Na de vorstperiode moest het resterende grind gewoon weer per bootje worden overgevaren, maar de bulk was gelukkig op een eenvoudiger wijze naar het eiland vervoerd. De voorlaatste knotdag werd er dus weer heel wat heen en weer gevaren. Die dag werd ook gebruikt om ons visdievenvlot te repareren. Het vlot was van één van de ankers afgeslagen, lag te diep in het water en was te goed toegankelijk voor met name nijlganzen, die de hele boel onderpoepten en voorkwamen dat er werd gebroed. Al die problemen werden aangepakt door een groepje knotters onder leiding van Ed, die voor de gelegenheid in een zeer flatterend waadpak was gestoken. Tempex onder het vlot voor het drijfvermogen, het vlot schoonspoelen en een gaashekje tegen ongewenst rondhangende ganzen. Zij klaarden de klus al vóór de koffie!

En meer

Ook werden de paden naar de brug en naar de vogelhut weer voorzien van nieuwe snippers. Met dank aan firma De Wit groenvoorzieningen, die de houtsnippers gratis ter beschikking stelde en die aan Nils de mooie groenrode vrachtauto voor het vervoer van die snippers uitleende.

Zodra de kleine zwanen retour waren gevlogen naar hun Russische broedgronden, begeleidde twee zaterdagen een groepje knotters (de eerste keer voornamelijk Lions) dat in De Wilck oeverbescherming ging aanbrengen aan de westkant van het plasje. De golven hadden de kant zo ver afgeslagen, dat de weg dreigde te verdwijnen. SBB vroeg ons dit probleem te verhelpen. Met paaltjes, die met mankracht in de grond werden geslagen, en met veel takkenbossen moet dit probleem de wereld uit zijn. Zo niet, dan doen we het (bijna) gratis over.

Ook was er de nodige aandacht voor vandalismebestrijding: het Spookverlaat wordt steeds intensiever gebruikt door schooljeugd. Die donderen allerlei afval, vooral verpakkingsmaterialen van snoep en drank, in de berm en op de kade. We voerden ongeveer 15 volle vuilniszakken af. Maar ook onguurdere types komen langs. We vonden dit seizoen weer de nodige bijzonderheden. In het voorjaar op de kade een waterpijp met de daarbij behorende verpakking. Margot ontdekte verder een in plastic gewikkelde, al wat roestige betonschaar (inbrekersspul?). Bovendien werd een complete houten kabelhaspel met veel moeite uit de sloot gevist. De jeugd sloopte en passant ook nog even de vogelhut en omgeving. Dat haalde de locale krant. Het leverde ons weer veel vervelende extra klussen op. Kap daar nou toch eens mee!

Laatste zaken

De laatste knotdag werden alle klussen afgerond. Het infobord werd teruggeplaatst. De ril langs het toegangspad naar de vogelhut werd opgeknapt. Er werd de laatste hand aan het eiland voor de Amaliahut gelegd (de scholeksters hadden het trouwens al enige weken daarvoor in gebruik genomen, voorlopig alleen om op te rusten, maar wie weet…). Ed begon deze ochtend nog aan een kleine klus, het netjes bestraten van de toegang tot het materiaalhok en het Nonnetje.
Toen alles naar tevredenheid was afgerond, werd traditiegetrouw mijn verjaardag gevierd. Dit festijn wordt elk jaar gezelliger. Het kon buiten worden gehouden. Weliswaar was het knotseizoen wat het weer betreft niet altijd even goed, maar de start en het eind konden er zeker mee door!

Cijfers Cijfers
Hartverwarmend en opgeruimd
Hartverwarmend en opgeruimd

Tenslotte –traditiegetrouw- de cijfers over het afgelopen “seizoen”, vanaf april 2011 tot en met maart 2012 loopt (zeg maar: jaarrond). Door de grote opkomst van onze knotters was het wederom een recordjaar! Elk jaar worden er meer uren gemaakt ten behoeve van onze mooie natuur. 

  • In deze periode was er op in totaal 99 dagen een activiteit op Spookverlaat/Kruiskade of bij de Zaagbek en dat "kostte" 754 vrijwilligersdagen.
  • Er waren 13 knotzaterdagen met een gemiddelde opkomst van 27 deelnemers.
  • Op de Natuurwerkdag kwamen 54 deelnemers af.
  • Op 35 dagen waren we bezig met haardhout zagen, kloven en bezorgen.
  • Op 50 dagen waren er overige werkzaamheden zoals baggeren, maaiwerk, vuil verzamelen en afvoeren naar de Schans, onderhoud aan de oeverzwaluwwand, onderhoud/reparatie van gereedschap en een aantal hiervoor al gememoreerde klussen.
  • Er werd ruim 100m3 haardhout verkocht, de opbrengst daarvan bedroeg 3842 euro. Bovendien ontvangt de vereniging een vergoeding voor 541 SBB vrijwilligersdagen; dit gaat 2435 euro opleveren (een deel moet nog gedeclareerd worden).
  • De knotters moeten ook gelaafd worden. Zo veel mensen zorgt voor een grote omzet aan soep. Bert en zijn vrouw Lisette maakten afgelopen seizoen maar liefst 134 liter soep voor ons; meestal erwtensoep en op hoogtijdagen mosterdsoep met zalmsnippers. Beide soepen waren niet te versmaden!

Mee knotten kan, lees meer over een ochtend knotten en kom eens kijken op een zaterdagochtend!Voor meer informatie over landschapsbeheer kunt u contact opnemen met of .
Naar de top van deze pagina.