De trouwe luisteraars van het zondagmorgen-radioprogramma (hoge woordwaarde) Vroege Vogels weten gelijk waar ik het over heb als we praten over een tuinreservaat.
Nest met drie jonge Grauwe Vliegenvangers |
Vroege Vogels is iedere zondagmorgen op Radio 1 van 08.00 tot
10.00 uur te beluisteren en in dat
programma wordt sinds maart dit jaar onder andere aandacht besteed aan het begrip
tuinreservaat.
Met tuinreservaten wil men eigenlijk een ecologische hoofdstructuur bereiken
van tuinen en stadsnatuur. Dit begrip is eigenlijk komen overwaaien vanuit Frankrijk
waar men 6 jaar geleden al met een soortgelijk project is begonnen. In Nederland
hebben verschillende organisaties zich ingespannen om hier ook met dit project
proberen tuinen te vergroenen en het “stenen tijdperk” een halt
toe te roepen.
Om te beoordelen of je tuin in aanmerking komt om als tuinreservaat
gezien te kunnen worden moet hij aan een aantal eisen voldoen. De grootte van
de tuin maakt niet uit, nee zelfs een balkon zou het predicaat 'tuinreservaat'
kunnen krijgen. Belangrijke elementen zijn in ieder geval beplanting voor voedsel
en nestgelegenheid, water, voldoende voedsel en nestkasten voor vogels en ander
gedierte.
Een tuin of balkon moet dus een vijver of een bak water hebben. Water dat nodig
is om de vogels en eventueel ander beestenspul de mogelijkheid te geven om te
drinken of te badderen. Door beplanting in vijver of bak te hebben wordt natuurlijk
ook weer allerlei ander leven gelokt wat je weer een stapje dichterbij een tuinreservaat
brengt. Zoals gezegd zijn bomen, planten of struiken nodig om vogels,
vlinders en andere insecten te trekken, ze schuil- of vluchtgelegenheid te bieden,
maar ook om in
te kunnen nestelen. Begroeiing met bloemen en vruchten die vogels, vlinders
en insecten lokken en als je ter aanvulling ook nog nestkasten hebt, opgehangen
voor vogels, vleermuizen, insecten enz. en je zorgt het jaar door voor wat extra
voer, nou dan heb je je tuinreservaat aardig compleet.
We bezitten niet allemaal een grote tuin natuurlijk maar een kleine tuin of
balkon kan ook voldoen.
Ondergetekende is de gelukkige bezitter van een grote tuin, met
een vijver, rondom sloten, diverse grote bomen en struiken en veel bloeiende
en vruchtdragende planten. Ja, mijn tuin is eigenlijk een klein paradijs. In
mijn tuin hangen ook vele nestkasten voor vogels, vleermuizen, vlinders en insecten.
Het hele jaar door voer ik de vogels met wat extra zaad, maar zij snoepen ook
veel van het kippenvoer.
Dit alles zorgt er voor dat ik ook volop leven in mijn 'tuinreservaat' heb.
Veel soorten vogels komen ieder jaar tot broeden in de nestkasten, zoals de
Kool- en Pimpelmees, de Huis- en Ringmus, de Spreeuw en de Torenvalk. Het wachten
is nog op de Steenuil wiens behuizing ieder jaar trouw wordt bezocht door een
Spreeuwenechtpaar. Naast deze vogels komen er ook andere vogels tot broeden,
zoals de Merel, de Vink, de Tjiftjaf en Fitis, de Hout- en Tortelduif, de Heggenmus,
Winterkoning, Zwartkop, Staartmees, Spotvogel en Grauwe Vliegenvanger. En misschien
vergeet ik nog wel een enkele soort. In ieder geval worden veel vogels in mijn
tuin of vanuit mijn tuin waargenomen. De tellerstand van waarnemingen in en
rond mijn tuin staat op 105 verschillende soorten.
Geringde jonge Torenvalk |
De meeste soorten zijn gezien, maar een enkele
soort is gehoord, ondanks dat ik zo doof als een Kwartel ben, hoor ik toch af
en toe wel eens een heel bijzondere vogel, zoals het Porseleinhoen en de Wielewaal.
Toen we onlangs de Steenuiltjes hier in de Meije aan het ringen waren, zijn
we gelijk maar doorgereden naar mijn stekkie om daar de vier jonge Torenvalken
te ringen. Ik hoop ooit nog een melding te krijgen van een teruggevonden Torenvalk,
maar dit mag best lang duren. Bij het ringen van de Torenvalken ondervonden
we overigens wel erg veel hinder van de knutjes of meurzen, iets waarvan je
in mei/juni erg veel hinder kunt ondervinden als je in de nabijheid van riet-
en moeraslanden woont. Ieder voordeel kent zijn nadeel heeft ooit eens een bekende
Nederlander gezegd.
In mijn 'tuinreservaat' is natuurlijk ook heel veel ander leven te zien en te
horen. Veel libellensoorten en vlinders, zoals de Boomblauwtjes, Groot en Klein
Koolwitje, Bonte Zandoogjes, Gehakkelde Aurelia, Dagpauwoog, Atalanta en Kleine
Vos. En naast al dit moois mag ik ook 'genieten' van veel insecten zoals de
spinnen, muggen, dazen en ander kriebelspul. Maar dit genieten is dus niet altijd
positief.
Naast dit alles mag ik in mijn tuin ook wel eens de egel bewonderen en komt
er af en toe wel eens een haas op bezoek. Ik hoor en zie verschillende kikkers
en padden, salamanders en mede door de aanwezig heid van kippen, die natuurlijk
dagelijks gevoerd worden, kom ik ook regelmatig andere knaagdiertjes tegen.
Daar zit je niet altijd op te wachten, maar ik heb er geen last van. Regelmatig
wordt er wel één door een van de katten gevangen, die zijn buit
dan altijd even komt tonen. Soms leeft de buit nog wel en moet ik vervolgens
zelf achter de muis aan. Dit heeft weleens tot een aardige anekdote geleid,
maar die zal ik u maar onthouden.
Om mijn tuinreservaat nog wat levendiger te maken wilde ik ook bijen gaan houden. Maar het houden van bijen brengt ook erg veel werk met zich mee, waar ik (nog) niet op zit te wachten. Sinds kort bestaat echter de mogelijkheid om één of meerdere kasten in je tuin of op je balkon te laten plaatsen en deze door een imker te laten verzorgen. Je betaalt dan wel een klein bedrag per maand om dit te verwezenlijken, maar je hebt nóg meer leven in je tuin en je draagt bij aan het in stand houden van deze zo belangrijke overbrengers van stuifmeel.