Ook in 2001 werd De Wilck weer door onze VWG op broedvogels onderzocht. Hierdoor kwam een over de afgelopen 10 jaar onafgebroken reeks beschikbaar van de broedvogelaantallen in De Wilck. In dit artikel worden de resultaten in 2001 afgezet tegen de ontwikkelingen in de laatste 10 jaar. 2001 is een recordjaar.

2001 was het eerste broedseizoen in de "nieuwe" Wilck. Een Wilck met een vogelplas en een nieuw beheer ingesteld door Staatsbosbeheer. Dit nieuwe beheer hield in een hoger en langer vastgehouden winterpeil, een meer gevarieerd graslandbeheer (voorbeweiden, seizoensbeweiden, maaien) en latere en gevarieerdere maaidata (15 juni, 1 en 15 juli). Of het aan deze ingrepen ligt zullen we nooit zeker weten, maar feit is dat niet eerder zo veel soorten werden vastgesteld. Ook konden niet eerder van zo veel soorten recordaantallen worden genoteerd. Mede dankzij 3 nieuwe soorten (grauwe gans, bergeend en rietzanger) werden 26 soorten vastgesteld. Bij 8 soorten die al eerder in De Wilck broedden waren de aantallen nog niet eerder zo hoog. De nieuwe records werden gezet door knobbelzwaan (11), wintertaling (4), wilde eend (80), meerkoet (97!!), scholekster (52), kievit (63) en tureluur (44!). Nog eens 3 soorten evenaarden hun hoogste aantal ooit (zomertaling, waterhoen en kemphaan). Dit alles gevoegd bij de nestelende blauwe reiger in het bosje (helaas geen broedgeval) maakt van 2001 een gedenkwaardig jaar.

Helaas zat er niet bij alle soorten muziek in. Zo konden van de in grasland broedende zangvogels slechts bescheiden aantallen worden genoteerd. Nu zat het weer ook niet echt mee. Tijdens de inventarisatierondes was het óf bewolkt óf het woei hard óf beide. Dit komt de zangactiviteit van veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart natuurlijk niet ten goede. Dat we toch nog 30 veldleeuwerikenterritoria konden intekenen bewijst wel dat De Wilck nog steeds een topgebied voor deze sterk achteruitgaande soort is. Dit aantal van 30 is ook nog steeds duidelijk hoger dan in de periode 1992-1998 toen zo'n 20-25 territoria werden vastgesteld. Van de graspieper werden 5 territoria vastgesteld. Dit is gezien de weersomstandigheden en de indruk die de wandelaar in De Wilck kreeg op een mooie zomeravond waarschijnlijk een ondertelling. Langjarig bekeken komen seizoenen met slechts 5 paar wel vaker voor (1992, 1997), zodat van een achteruitgang niet gesproken kan worden. Ook slob- en kuifeend konden het hoge niveau van 1999 en 2000 niet vasthouden. De slobeenden zakten van 31 paar in 1999 via 23 paar in 2000 naar de 13 paar. In langharig perspectief overigens lang geen slecht aantal. Een zelfde patroon bij de kuifeend: van 13 via 10 naar een gemiddeld aantal van 6 paar in 2001.

Meerkoeten in gevecht

Tenslotte nog aandacht voor de meerkoet. Deze soort blijft maar toenemen. Van de krasse knarren binnen de VWG (type Siem en Aad) leren wij dat de meerkoet -vroeger in de polders helemaal niet voorkwam. Dat kun je je nu niet meer voorstellen: De Wilck telde maar liefst 97 territoria. Alleen al tijdens 1 telronde eind april werden 38 nesten gezien. Gezien het aantal van circa 60 sloten dat de Wilck telt zit er dus anderhalf nest per sloot. Overigens valt op dat de koeten zich in De Wilck totaal anders gedragen dan in de stad. Kun je daar gewoon vanaf de kant van de singel op 2 meter afstand van een broedende meerkoet gaan staan kijken, in De Wilck is het schuwheid troef. Bij benadering sluipt de broedende koet van het nest, wendt een blessure aan poot of vleugel voor en zet het vervolgens pijlsnel op een lopen.

Met dank aan de mensen die door weer en wind door de Wilck hebben gesjouwd:
  • ,
  • ,
  • ,
  • Siem van der Haas
  • en .

Nog meer detail over de Broedvogelinventarisatie van 2001 (gelopen op 12 en 26 april, 20 mei en 12 juni) treft u in het verslag (80kB) vanen Wilfred Alblas.


©VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o |
Naar de top van deze pagina
| Meer informatie over de Wilck kunt u inwinnen bij Meer informatie over de wetlandwacht voor "De Wilck" kunt u opvragen bij .