Het begon dit jaar hoopvol met het weer: de hele maand maart 2002 was niet te nat, met vooral in het tweede gedeelte redelijk veel zon. April was vooral in de tweede helft nat. De maand mei was gemiddeld. De legsels kwamen dan ook redelijk vroeg op gang. Je zou zeggen: "Een goed begin is het halve werk." Met 30 mensen gingen wij de weiden in. Hieronder waren 6 starters. Jammer genoeg waren de resultaten uiteindelijk diep triest. De landelijke tendens was ook bij ons goed te merken. Er waren bedrijven waar totaal geen nesten meer aanwezig waren. Zelf ben ik met een starter op een nieuwe lokatie geweest, waar niets zat: erg jammer ! Deze hectares heb ik dan ook niet ingebracht in het totaaloverzicht. Van Cor Kes vernam ik, dat hij ook niets gevonden had bij Jan Kerkvliet. Dit is erg triest, want op deze lokatie zijn we 22 jaar geleden gestart met weidevogelbescherming. Misschien heeft de nieuw aangelegde rijksweg N11 er iets mee te maken: de groene buffer wordt steeds smaller. In de Lagenwaardse polder echter waren ook slechte resultaten. Het aantal hectares is met 20% toegenomen, maar toch hebben de weidevogels zware verliezen geleden. Ik hoorde beschermers zeggen: " Ze zijn er gewoon niet !" Globaal kun je zeggen dat de grutto ruim 30% inleverde, de tureluur 45% en de kievit 20%. Deze cijfers hebben betrekking op een vergelijking van de jaren 2000 en 2002. Als je deze cijfers afzet tegen de tijd dat de Vogelwerkgroep aan weidevogelbescherming doet, is dat diep triest te noemen.

De zwarte stern heeft in 2002 in ons gebied getracht 5 legsels te produceren. Helaas werd 1 nest verlaten en zijn de andere 4 nesten door onbekende oorzaak niet uitgekomen. Een rouwkaartje is hier dus op zijn plaats. In 1982 hadden we 42 paartjes zwarte sterns broedend en nu in 2002 lijkt het over en sluiten...

Door onderzoek is wel ongeveer uitgekomen waar de problemen zitten. De achteruitgang gaat door. Je wordt er ook simpel van als je grote aaneengesloten polders binnen 2 dagen platgemaaid ziet liggen: de jongen die dan nog rondlopen, hebben geen enkele dekking meer. De polders zitten dan zonder insecten, waarmee de pullen zich zouden moeten voeden. Daarom wordt ook getracht om het moza´ek-maaien van de grond te krijgen. Moza´ek-maaien is het niet direct meemaaien van bepaalde stroken gras, maar dit pas later te doen. Voor de boeren geeft dit echter nogal wat problemen. Hierover wordt met de Vereninging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer en met Vogelbescherming naar duurzame oplossingen gezocht. Hopelijk komen deze oplossingen niet te laat. Het is puur maatschappelijke verarming om polders zonder weidevogels te hebben. Het zou toch jammer zijn, als we ooit onze weidevogels alleen nog maar op plaatsjes kunnen laten zien....

Ik wil iedereen bedanken voor zijn of haar inzet. Daaraan heeft het niet gelegen: als je kijkt naar de 95 geplaatste nestbeschermers, zie je dat er wel degelijk verantwoordelijkheid genomen is.

Aantallen in beheer

Jaar
 
Weidevogelbeschermers
Agrariërs
2004
770 hectare
?
?
2003
695 hectare, grasland
26
32
2002
645 hectare, grasland
30
24
2000
510 hectare, gras en ma´sland
21
22

Naar de top van deze pagina.
| Meer informatie over weidevogelbeschermng kunt u inwinnen bij .