Korte beschouwing over 2012

Onderzoeksgebied Spookverlaat/Kruiskade Ingang “Amalia”-hut: o.a. de koffie- en lunchplek Koolmees territoria 2011

Een gewone ochtendronde ronde duurt – afhankelijk van de vogelpopulatiegrootte, de weersomstandigheden, het kennisniveau van de vrijwilligers en het kalendertijdstip – ongeveer 4 tot 6 uur en je komt dan boven, in en naast het gebied van alles aan vogelsoorten en vogelaantallen tegen.

In de ongeveer  vijf maanden durende periode maart/juli spotten we in totaal binnen, boven en rondom het onderzoeksgebied 83 vogelsoorten (incl. exoten en “soep”soorten). Dit is er 1 meer dan in 2011, maar 15 minder dan het record, dat sinds 2007 op 98 staat, m.a.w.: wellicht  toch ietwat “dunnetjes”.. ……

Het afgelopen seizoen waren de meest vermeldenswaardig waarnemingen (wat natuurlijk altijd een subjectieve opsomming is): boomvalk, grauwe vliegenvanger, grote zilverreiger, halsbandparkiet (1e broedgeval), havik, regenwulp, sperwer, ijsvogel.

Wèl een unieke waarneming was die van een Ralreiger op 29 juni boven en in het riet van het plasje “Oostvaart”. Jammer genoeg kon deze niet worden bevestigd omdat een van de twee vrijwilligers net de andere kant op keek, de vogel zich maar een paar seconden vertoonde en toen in de brede rietkraag aldaar was verzonken en zich niet meer liet zien. Er omheen lopen, herhaaldelijk weer gaan kijken en wachten leverde geen resultaat op. Ook een bezoek van in elk geval minstens twee ingeseinde VWG-leden op 2 juli was tevergeefs. De vogel kon dus niet “officieel” op de gebiedslijst (dus slechts cursief)  worden opgenomen en evenmin is de waarneming bij de CDNA ingediend omdat deze met geen enkel voldoende bewijs kon worden gestaafd.  Maar al met al: toch beslist een unieke en spectaculaire ervaring in het gebied!   

Bij de ochtendrondes was die van 5 maart (40 soorten waargenomen in/naast/boven het onderzoeksgebied) het stilst, het meeste viel ’s ochtends te zien/te horen op 8 mei (62 soorten). De rustigste avondronde was die van 10 juli (14 soorten), de drukste op 23 april (28 soorten). In totaal werden er 441 territoria/broedparen gekarteerd, verdeeld over 52 soorten. Over de hele periode 1995/2012 bedraagt het aantal broedvogelsoorten 73.

Zwanen, ganzen en eenden
Futengeluk: veiligheid ernaast en erop Paartje waterhoentjes in hun element

Zoals gebruikelijk bleek de presentie van de Wilde Eend  verschillend met die van 2010, n.l. een stijging van 55 naar 65; bekijken we jaarlijkse totalen dan is er vaal sprake van flinke aantalschommelingen bij deze soort. Bij de Knobbelzwaan  liepen bijna alle broedpogingen op niets uit. De Grauwe Gans bleef relatief sterk stijgen, daarentegen bleen Grote Canadese Gans en Nijlgans ongeveer gelijk, de Bergeend bleek uiteindelijk weer met een stelletje present. Nieuwkomersoort sinds 2011, de Krakeend, maakte een sprong van maar liefst 800%: van 1 naar 8 territoria/broedparen! Ook de Kuifeend steeg weer: van 4 in 2011 naar 6. Net als in2011 werden van de twee laatstgenoemde soorten gaan (dons)jongen gezien, dit (b)lijkt een gevolg van de sinds 2011 gebruikte automatische clustering.  

Fuut, Blauwe Reiger, Ooievaar, Scholekster

In vergelijking met een aantal jaren geleden zit de Fuut duidelijk “lager”en ook is de jongenproductie slecht, naar de oorzaak is het (nog) gissen. Ons eigen Ooievaar-paalnest werd ook weer met succes door een broedpaar benut: er zijn twee jongen vliegvlug vertrokken. De Fazant vertoonde een kleine stijging met 2 territoria; mogelijke oorzaak van het sterk afgenomen aantal is predatie door zowel vos als Havik. Voor de zesde maal in 18 jaar deed de Scholekster een broedpoging, nu op het kunstmatige eilandje vlak voor de vogelkijkhut “Amalia”, deze slaagde wel maar de twee jongen werden later door Zwarte Kraaien gepredeerd (geen schuilmogelijkheden?).

Roofvogels

Nu alweer voor het vijfde seizoen heeft de Havik met succes gebroed: er zijn twee uitgevlogen jongen vastgesteld. Daarentegen was de Boomvalk alweer niet territoriaal aanwezig en dit loopt precies parallel met de presentie van het Havikenpaar …….. Na een jaar afwezigheid bleek de Sperwer weer present, er is (erg laat, dat wel) bedelroep van 3 takkelingen gehoord. Een late tweede vestiging (nestbouwend ♀ en later op nest zittend ♀) is door onbekende oorzaak mislukt. Buizerd-territoria waren er 2, in beide gevallen zijn minstens 2 jongen gezien, later in 1 geval gevolgd door bedelroepende takkeling(en) en nog later aldaar een vliegvlug jong op de grond. De Torenvalk is meermalen gezien, maar onvoldoende voor een territorium (nu al vier jaren achter elkaar ontbrekend).

Rallen

Nadat de Waterral van 2000 t/m. 2004 jaarlijks present was en meermalen met succes jongen ter wereld bracht werd er nog maar eenmaal een territorium vastgesteld, namelijk in 2007. Mogelijk is dit een gevolg van een minder gunstige broedbiotoop door een veranderde verhouding in de natte huishouding. Het Waterhoen lijkt zich vanaf 2008 te stabiliseren op jaarlijks ongeveer 8 territoria. De Meerkoet vertoont een sterk dalende tendens: 2010-47 territoria, 2011-36 en 2012-26; de soort zit hiermee weer op het peil van de jaren 1997 t/m. 2002. Mogelijke oorzaken kunnen liggen in stress wegens overbevolking en predatie door Havik (en vos?).

Buizerd Haviksnest Grote bonte specht
Buizerd Haviksnest Grote bonte specht
Duiven

Aangaande deze familie een toch wel iets ander verhaal. De Houtduif  is in het broedseizoen 2012 flink nauwkeuriger gevolgd dan in 2010 en 2011, de 15 vastgestelde territoria brengen de stand weer op het niveau van 2008 en 2009. Dit is nog wel steeds onder het niveau van de jaren daarvóór, maar het is niet onlogisch dit vooral aan het met succes nestelen van het Havikenpaar toe te schrijven. Bij de Holenduif  lijkt dit aspect mogelijk minder zwaar te wegen, wel vertoont zich in de presentiecurve van 1995 t/m. 2012 een duidelijke meervoudige golfbeweging met in vergelijking tot de jaren 2004/2007 een duidelijke daling (van 8 naar 4 territoria). De Turkse Tortel  blijft een marginale soort die zich denkelijk bijna tot de boerderijen rondom het Spookverlaat beperkt. In de nu 18 geïnventariseerde jaren was de soort maar zeven keer met een of twee geldige territoria vertegenwoordigd, waarvan in de jaren 2002 t/m. 2010 en nu ook 2012 helemaal niet.

Koekoek, Ransuil, IJsvogel, Spechten

Laten we blij zijn dat de Koekoek als landelijk achteruitgaande Rode Lijst-soort ook in 2012 toch weer met een territorium aanwezig is geweest! Toch alle 18 jaren present, waarvan 13 keer met 1 territorium. Toch ook in 2012 weer een nieuwkomer, nummer 73: …….. ja hoor, de Halsbandparkiet  wist nu ook als broedvogel in het gebied door  te dringen en bracht in een oude nestholte van een Grote Bonte Specht 4 jongen tot vliegvlug groot. De Ransuil reageerde op een bekende plek territoriaal roepend op onze cd, bij een tweede bezoek zelfs agressief roepend afvliegend op de geluidsdrager en bij een volgend bezoek werd een schimmig exemplaar in de schemerdonkerte geruisloos langs vliegend gezien. Er is daarom wel een vermoeden van jongenproductie, maar niet meer dan dat: voedselpiepende takkelingen zijn toch weer niet gehoord. Oorzaak?!   De IJsvogel is maar drie jaar als broedvogel present geweest (2007 t/m. 2009), meerdere voor de soort zware winters  hebben voor een soortdecimering gezorgd. Er is wel een waarneming gedaan, maar onvoldoende voor een territorium. Gelukkig zit de Grote Bonte Specht weer op ongeveer het oude niveau van 4 territoria.

Witte Kwikstaart, Winterkoning, Heggenmus

Een toch welmarginale zangvogelsoort blijft de Witte Kwikstaart, die zich meestal ophoudt rondom de grenzen tussen een boerenerf en het telgebied. Zo ook nu, voor in  totaal het zevende jaar en maar 1 territorium. De Winterkoning is een echte standvogel en door zowel diens kleine postuur als voedselspecialisatie (insecten) niet bepaald winterhard. Al sinds 1983 inventariseer ik deze soort en ik heb toch echt de indruk uit vooral tuinwaarnemingen dat de vogeltjes in barre omstandigheden hun territorium al dan niet tijdelijk verlaten om hun overleving in de niet te verre omgeving elders veiliger te stellen. Of het zou om wintergasten uit verweggisstan moeten gaan …… In ieder geval: soms is er in de presentiecurve een flinke deuk te zien, maar deze is (tot nu toe) nooit van lange duur geweest. In elk geval: in 2010 19 territoria, in 2011 een sprongetje naar 25 en in 2012 waren het er 27. Het maximum tot nog toe was 39 in 2007, het minimum 8 in 1997, het jaargemiddelde zit nu op 24. Denkelijk is de Heggenmus minder wintergevoelig, want deze soort voedt zich zowel met insecten als kleine zaden. In 2012 was er sprake van 7 territoria, meestal zit het aantal net onder de 10 met gemiddeld 6 (dit vooral door de lage stand in de jaren 1995/20010.

“Kleine” en “grote” lijsters

De Blauwborst ontbrak in 2012, in 2011 was de aanwezigheid ook al discutabel maar voldeed deze nog wel aan de regels van SOVON. De oorzaken kunnen zowel aan de beschikbare biotoop liggen (waarin zich natuurlijk altijd veranderingen voordoen, hetzij opeens hetzij “sluipend”), als de situatie in de winterverblijven (erg droog najaar in de Afrikaanse Sahel, wat negatief op de voor vogels geschikte habitats inwerkt en doorwerkt op ook de condities m.b.t. het trekgebeuren in het voorjaar).
Aangaande de Roodborst bleek er pas laat dat er toch nog 1 territorium bezet was, tot dit lage aantal kwam ook de Zanglijster. In vergelijking hiermee was de Merel  veel met 24 territoria, er zit sinds de duikeling van 30 (2007) via 22 (2008) naar 17 (2009) sindsdien een langzame groei in (18-21-24). Alleen: het is de vraag wat de invloed van het uit Duitsland oprukkende merel-vijandige virus zoyu kunnen gaan bewerkstelligen………

Zanglijster Merel Roodborst
Zanglijster Merel Roodborst
Rietzangers

Een toch wel ietwat vreemd trekvogeltje, die Rietzanger: voormalige Rode Lijst-soort, lage presentie in het Spookverlaat (1 à 2 tot 1x 3 territoria) met ook nog eens drie jaren afwezigheid gedurende 18 jaar, en dan ineens in 2011 niet minder dan 7 territoria gevolgd door 5 in 2011! Daarentegen zat de Bosrietzanger  ook in 2012 aan een lage presentie: slechts 3 territoria en de vestigingen waren laat ………  De Kleine Karekiet  arriveerde landelijk in twee “clusters” met daartussen een tijdje bijna niets, ook bij ons leek dit hierop: eerst een relatief klein aantal vestigingen en wat later de “bulk”. Met uiteindelijk 24 territoria zat de soort precies op “gemiddeld” in 18 jaar.

Spotvogel, struik- en loofzangers

Stappen we over naar de volgende trekvogelsoort uit “verweg-Afrika”, n.l. de Spotvogel : het gaat hier om een Rode Lijst-soort en daarom is het was in 2011 fijn om vast te stellen dat dit een recordjaar was, met niet minder dan 11 geldige territoria! Maar succes is niet altijd blijvend: 2012 stopte bij 5, wat nog wel bovengemiddeld is.
Ondanks enkele sporadisch hoge getallen als 6 en 5 territoria is en blijft de Grasmus toch zoiets als een marginale soort: voor de derde keer (eerder in 1996 en 2004) kwam de teller niet verder dan 0. Bij de Tuinfluiter vallen er relatief forse verschillen op: net als in 2011 weer slechts 11 territoria, waartegen er in 2010 17 en in 2009 zelfs 21 kunnen worden gezet.   Daarentegen blijken de zaken bij de Zwartkop veel duidelijker: een nieuw record van nu 22 territoria, sinds ongeveer 2004 blijft dit aantal in die buurt, met 2011 en 2007 als  onttroonde recordjaren (20). Een soort korte-afstands-trekker die het prima doet. Eigenlijk valt over de Tjiftjaf  een zowat zelfde verhaaltje te vertellen: met ook 22 territoria een evenaring van het record in 2007 en een gemiddelde van 13 doet deze zelfde trekvogeltype-soort als de vorige het gewoon goed. In de ouder wordende bosachtige vegetatie heeft de Fitis het moeilijker, mogelijk hebben de klimaatsomstandigheden als gevolg van het droge najaar in de Sahel negatief doorgewerkt op deze lange-afstands-trekker: in 2012 maar 4 vestigingen.

Grauwe vliegenvanger, Mezen, Boomkruiper

Hoera, de populatie van de Grauwe Vliegenvanger verdubbelde zich in het tweede vestigingsjaar naar 2 territoria! De eerste ontdekking was op ongeveer dezelfde plek als in 2011, de tweede kwam echt onverwacht en niet erg ver daarvandaan ……… Per toeval kregen we op afstand eerst 1 exemplaar letterlijk in de kijkers, een minuutje was er sprake van een duo dat elkaar vlakbij elkaar zittend tolereerde. En het gaat hier om een Rode Lijstsoort! Een erg leuk vogeltje is en blijft de Staartmees, dit jaar werd er een record gevestigd met 4 territoria. De wens die vorig jaar in het verslag is geuit  werd nota bene direct vervuld en het mogen er best nog een paar meer worden! Maar de soort gebruikt een relatief groot territorium dus is het de vraag of het gebied er nog meer aankan ……

Gaai Pimpelmees Putter
Gaai Pimpelmees Putter

Over de Koolmees valt met 16 territoria te concluderen dat het een bovengemiddeld jaar was en aangaande de Pimpelmees kan hetzelfde worden geconstateerd (9).  Eenzelfde constatering aangaande de Pimpelmees, zij het dat het aantal geldige territoria met  eventuele aanvullingen via het nestkastenbeheer nog wat kan worden opgeschroefd. De Matkop ontbrak helaas alweer voor het vierde achtereenvolgende jaar en zo langzamerhand moet worden gevreesd dat deze soort als afvaller moet worden bestempeld. Verder was er eigenlijk een hoger aantal Boomkruiperterritoria verwacht, maar dit kwam er toch niet uit: het bleef slechts bij 1. Na een top van 4 (2009) gaat deze leuke soort jaarlijks met een territorium achteruit. Het lijkt niet direct waarschijnlijk dat dit een heuse realiteit is, in 2013 zal er attent op worden gelet.

Kraaiachtigen, mussen

Helaas, na de resultaten van 0 territoria van de Ringmus in 2010 en 2011 hadden we graag over 2012 een positiever getal genoteerd maar dit zat er niet in. Langzamerhand moet de conclusie dan ook luiden dat deze landelijk erg slecht scorende soort nu ook in ons onderzoeksgebied is uitgestorven ……….. Daarentegen is de Gaai  in 2012 weer op het gemiddelde beland. We veronderstellen wel enige Havikinvloed, maar de soort weet zich toch aardig te handhaven. Eigenlijk geldt eenzelfde kreet voor de Ekster: deze opvallende soort heeft concurrentie van de Zwarte Kraai te duchten en wordt in het telgebied ook nog eens geconfronteerd met aartsvijand Havik ….. Na een toppresentie met rondom 10 territoria is de stand gezakt en werden er in 2012 6 territoria gescoord. Sinds 2007 lijkt het erop dat een gemiddelde van 5 tot 6 als “standaard” mag worden bestempeld.  De Zwarte Kraai  blijkt zich vanaf ongeveer het jaar 2000 te hebben gestabiliseerd met even tot ruim boven de tien(11 tot 14) jaarlijkse territoria. Het jaar 2005 lijkt incidenteel een topper met 18. Eventuele predatie-invloed van de Havik lijkt op zijn minst discutabel, want zouden de vele niet-territoriale vogels die rondzwerven/slapen niet  een gemakkelijker prooi zijn? Mogelijk in verband met dit laatste steeg de stand in2012 naar 15 bezette territoria (2011: 12).  

Vinken en Rietgors

Een geleidelijk stijgende presentiecurve zien we duidelijk bij de Vink: van 3 (1995) tot maximaal 9 territoria (2003) naar vanaf 14 t/m. 22 in de periode 2005 t/m. 2012. In dit verslagjaar  kwamen we tot 20 geldige territoria; stabilisatie rond de 20? . Groenling en Putter waren in 2012 allebei present, maar wel marginaal met 1 en 2 vestigingen.
Tot slot de Rietgors: een door de 18 jaren heen geweldig stabiele soort met in 2012 7 territoria, eentje boven het jaargemiddelde.  

Broedvogels Rode Lijst 2004 + Europese Vogelrichtlijn 1979 / Natura 2000
Kruiskade   Visdief trotseert de wind

De Koekoek kwam zoals gebruikelijk tot 1 territorium, wat nu 13 van de 18 onderzoeksjaren het geval is geweest. Driemaal (1998, 1999 en 2000) was er sprake van 2 territoria en twee keer (2004 en 2006) zelfs van drie, hoewel de geografische vorm en oppervlakte van het gebied over dit laatste getal toch wel wat twijfels geeft. Na een eenmalige (waarschijnlijke) absentie liet de Ransuil zich zowel horen als zien in 1 territorium, hoogstwaarschijnlijk broedend en zeer wel mogelijk met jongenproductie, maar het is alweer de vraag of er jongen zijn uitgevlogen omdat deze tijdens meerdere nachtelijke bezoeken nooit hun kenmerkende voedsel-bedelroep hebben laten horen. Verrassend was de vaststelling van nu zelfs 2 territoria van de Grauwe Vliegenvanger, niet zo gek ver van de plek waar nu al twee achtereenvolgende seizoenen een territorium was gevestigd werd een ander paartje ontdekt (naast de “Amalia”-hut)!
Het in 2011 gevestigde record van 11 Spotvogelterritoria werd in 2012 bij lange na niet gehaald, maar met 5 vestigingen zat deze soort toch boven het achttienjarige gemiddelde van 3,67 per onderzoeksjaar.

Het broedseizoen 2012  leverde in totaal 9 territoria van Nederlandse Rode-Lijstsoorten en 0 soorten van de Europese Vogelrichtlijn op.
Habitats
Open water Moeras
1. Open water 2. Moeras
Bos Overig
3. Bos 4. "Andere" habitatcategorie

Landschapsbeheer en broedvogelinventarisatie

In het periodiek overleg tussen SBB en de VWG (Landschapsbeheer) bestaat wederzijds een open oor voor het bespreken van relatief wat grotere ingrepen die o.a. voor de broedvogelstand positief kunnen uitwerken. Jaarlijks krijgt de VWG-commissie Landschapsbeheer daarom ook op CD-rom het verslag Broedvogelinventarisatie Spookverlaat/Kruiskade aangereikt, zoals dat naar SBB en SOVON gaat. Op deze manier loopt de communicatie tussen de werkgroepen Broedvogelinventarisatie en Landschapsbeheer prima en kan het aspect “broedvogels” duidelijk en met kennis van zaken bij Staatsbos tijdens het overleg aangaande Landschapsbeheer worden ingebracht. En: zo nodig zijn er altijd nog “interne” babbels of e-mails mogelijk tussen teamleden van breide groeperingen. Enkelen van hen zijn ook nog eens actief in beide groepen.


Meer van langer geleden?

Meer ontwikkelingen door de tijd treft u in het overzicht van alle onderzoeksjaren vanaf 1995 tot heden

Meer weten over 2012?

Dit verslag is een samenvatting van het rapport aan Staatsbosbeheer regio West en SOVON.


Voor vragen over het Spookverlaat/ de Kruiskade kunt u zich richten tot
De website van de VWG wordt actueel gehouden door . Naar de top van deze pagina.